Wim: ‘Het is vooral een investering voor de langere termijn’

Wim en zijn vrouw kochten in 2003 een appartement in Tizkalesi, een toen nog maar nauwelijks door de Europese toeristen ontdekte badplaats aan de Turkse Zuidkust. Vier jaar later is het complex waar hun tweede woning deel van uitmaakt nóg niet af. ‘Als je nu gaat, zit je in een bouwput.’

Wim (56): ‘We waren al een aantal jaar op zoek naar een tweede huis, met het idee: als we straks stoppen met werken, dan willen we een plekje hebben waar we ons thuis voelen. We hebben in Spanje gekeken, in Frankrijk en zelfs op Bali. Uiteindelijk zijn we via één van de Second Home beurzen in contact gekomen met een projectontwikkelaar die tweede huizen verkocht in Turkije.’

Het traditionele Turkije

‘Turkije had een aantal voordelen: het ligt redelijk dicht bij Nederland én het was – in vergelijking met Frankrijk en Spanje – nog betaalbaar. Maar of het echt iets voor ons was, dat wisten we natuurlijk niet. Na ons bezoek aan de beurs hebben we bij de verkooporganisatie een bezichtigingsreis naar Kizkalesi geboekt. Het voelde direct goed! Het is nog het traditionele Turkije. Kizkalesi is dan wel een badplaats, maar er komen weinig West-Europeanen. De Turken die er komen zijn afkomstig uit de grote steden in het midden van het land. Het aantal autochtone bewoners van Kizkalesi is klein. Er is daarom een groot verschil tussen de zomerperiode, als er duizenden mensen vakantie vieren, en de winterperiode, als de rust is weergekeerd.’

Zien wat je koopt
‘Ons appartement ligt vijftig meter van zee, heeft drie slaapkamers en drie balkons en is ongeveer 130 vierkante meter groot. Onze kinderen en kleinkinderen kunnen dus gemakkelijk op bezoek komen. Het maakt deel uit van een park met verschillende appartementengebouwen. Dat park heeft een aantal gemeenschappelijke voorzieningen zoals een zwembad en een tennisbaan, maar die zijn nog in aanbouw. Toen we gingen kijken, was het appartement dat wij op het oog hadden al voor 80% af. We konden dus precies zien wat we kochten. Als Turken gaan bouwen dan willen ze nog wel eens afwijken van wat er op papier staat.’

Bouwput
‘Toen wij ons appartement in 2003 kochten, dacht men het hele complex in drie jaar tijd af te hebben. Dat valt achteraf tegen. Verschillende Nederlandse verkoopmaatschappijen hebben in het park geïnvesteerd en doen er met z’n allen vrij lang over om het af te bouwen. Het gaat misschien nóg wel drie jaar duren. Dat betekent dat je, als je nu gaat, in een bouwput zit. De voorzieningen in het park, zoals een grote tuin, zijn nog niet af. Het zwembad ligt er al wel, maar er zit nog geen water in. Dat gaan ze allemaal pas doen als het laatste appartementengebouw af is.
Vooral voor onze Nederlandse mede-eigenaren die inmiddels wél de tijd hebben om voor een langere periode naar hun appartement te gaan, is dat erg vervelend. Als ze vlak voor je neus marmer aan het zagen zijn, gaat dat door merg en been.’

Eigendomsbewijzen
‘Wat ook vervelend is, is dat een aantal mensen in ons complex problemen heeft met de eigendomsbewijzen. In het gebouw naast ons zijn ze nu met een juridische procedure bezig omdat er veel onduidelijkheid is over de aankoop en de eigendomsbewijzen. In Turkije is het vrij gebruikelijk dat onderaannemers of leveranciers een borg krijgen voor de spullen die ze leveren. Die borg is vaak een eigendomsbewijs van een appartement.’

Gelijk oversteken
‘Het is echt heel naar als dat je overkomt. Van de andere kant word je daar wel op elke Second Home beurs voor gewaarschuwd. Je kunt problemen voorkomen door het appartement pas te kopen als het af is. Het is alleen wel zo dat bijna niemand die kans krijgt, want met het geld dat je inlegt, wordt de bouw gefinancierd.
Ik heb tegen de toenmalige eigenaar gezegd: “Ik wil het hebben, maar ik betaal pas op het moment dat ik het eigendomsbewijs heb. Dus het is gelijk oversteken.” Dat vonden ze niet zo prettig, maar ze hebben het toch geaccepteerd.
Maar meestal koop je dus op papier en als de fundering er ligt, moet je bijvoorbeeld 10% betalen. Dat gaat zo door tot de oplevering: dan hoef je nog maar 5% te betalen. Maar ondertussen heb je dus wel al 95% betaald, terwijl je geen enkel bewijs hebt dat het jouw huis is. Je hebt wel een koopcontract, maar de rechtgeldigheid daarvan is niet duidelijk.

Bed
‘In mei 2003 konden we in ons appartement. Om het vervolgens in te richten, dat was nog een heel gedoe, want je bent er maar een paar weken. Bovendien spreek je de taal niet en ken je de gewoontes niet. Wij hebben een hotelkamer gehuurd en zijn op zoek gegaan naar iemand die de weg daar een beetje kende. Uiteindelijk kwamen we in contact met een Nederlandse vrouw die getrouwd is met een Turk. Zij heeft ons geholpen met het kopen van meubels en allerlei apparatuur.
Het viel nog niet mee om aan een bed te komen dat net zo groot is als ons bed in Nederland. Die maat kun je daar niet standaard kopen. We zijn toen naar een timmerman gegaan die zei: “Zeg maar hoe je ’t hebben wil.” Vervolgens hebben we foto’s gemaakt van een bed in een of andere toonzaal. Die timmerman is daar ook nog een keer naartoe gegaan om te kijken en te meten. Uiteindelijk krijg je precies zo’n bed, maar dan in jouw maat.
Omdat de meeste eigenaren maar een paar weken per jaar in het park zijn, loop je overigens wel kans dat er wordt ingebroken. Gelukkig hebben wij een prima beheerder die in hetzelfde complex woont en een oogje in het zeil houdt als wij er niet zijn. En nu er wat meer mensen wonen, komt er ook meer sociale controle.’

Andere gewoontes
‘In Turkije is het vaak zo dat de eigenaar van de grond met de projectontwikkelaar afspraken maakt over de verdeelsleutel. Een deel van het complex is dan bestemd voor de verkoop en een deel houdt hij zelf. De Turkse mensen die in zijn appartementen gaan wonen, wonen er doorgaans permanent. Dat is vaak familie van de eigenaar. Die mensen hebben heel andere gewoontes en doen dingen vaak op een heel andere manier dan dat wij ze zouden doen. Zo zouden wij met z’n allen één grote schotelantenne aanschaffen voor het hele gebouw. Zij schroeven allemaal hun eigen schotel op het balkon. Dat ziet er niet uit.
Een ander voorbeeld: inmiddels is het buitenwerk wel weer aan een lik verf toe. De Nederlandse eigenaars zijn bereid daar geld voor uit te trekken. De Turken niet; die vinden het goed zoals het is. Zo zijn er heel veel dingen waar je je aan kunt ergeren, maar die je toch zult moeten accepteren. Je woont tenslotte tussen de Turken. Woon je in Alanya in een soortgelijk park, dan zit daar waarschijnlijk 90% niet-Turken en kun je met elkaar afspraken maken over hoe je de boel wilt onderhouden. Hier is dat toch anders.’

Investering
‘We gaan nu gemiddeld zo’n twee keer per jaar, afhankelijk van onze andere vakantieplannen. Als we gaan, blijven we meestal een week of twee. Om maar een weekje te gaan, daarvoor is de reis te duur: in het voor en naseizoen vliegen er nog geen chartervluchten naar dat gebied. Maar het maakt ons niet zoveel uit of we er nou twee of drie keer per jaar komen. We zien dit toch vooral als een investering voor de langere termijn.
De vaste lasten zijn laag. We betalen voor licht en elektriciteit. Gas hebben we niet. Dan zijn er nog de inboedel- en opstalverzekering, maar dat is niet veel op jaarbasis.
De belasting is net zoals in Nederland gebaseerd op de aankoopsom. Op basis van de prijs die op je ‘tapu’ [bewijs van inschrijving in het kadaster en eigendomsbewijs / red.] staat, moet je OZB betalen. Maar op die van ons staat zo’n laag bedrag; dat is dus helemaal niks.
Vaak worden bepaalde kosten pas berekend als een project is afgerond. We worden ook pas echt aangesloten op het elektriciteitsnet als alles af is. Dat betekent dat we nu nog steeds stroom krijgen van de bouw en met drie gebouwen op één stroomkast zitten. Dat gaat dus regelmatig fout. Maar de stroomkosten van het bouwproject zijn ook nog eens anderhalf keer zo duur als de normale stroomkosten. We zijn er dus allemaal bij gebaat als we snel individuele meters krijgen.’

Kapper
‘Inmiddels hebben we in de buurt aardig wat contacten opgebouwd. Mijn vrouw leert Turks, dus het praten gaat ook steeds beter. Zelfs bij mij. Als je daar bent en je hoort niks anders, dan pik je toch wel snel dingen op.
Waar ik altijd weer van geniet als ik na maanden weer in ons dorp kom, is dat iedereen naar je knikt en lacht en je gedag zegt. Als ik bij mijn vaste kapper kom, word ik omhelst en gekust. En daarna volgt dan dat hele knipritueel, waarbij hij mijn nek, rug, armen en vingers masseert en de haren in mijn oren wegbrandt met een brandend wattenstaafje.’

tweedehuis.startpagina.nl
De startpagina voor iedereen die een tweede huis bezit of er één wil kopen.